Suzanne Winnubst, mbo-docent van het jaar

Zo snel mogelijk op stage!

“Zelf ben ik er ook ingestonken. Tijdens mijn eerste stage op de meao heb ik alleen maar in een archief gezeten. Ik wist al snel dat dat het niet was. Het geeft wel aan hoe belangrijk het is dat mbo’ers zo snel mogelijk na het begin van hun studie op stage gaan.

Een beroepsbeeld komt niet echt ‘binnen’ bij een puber. Die kiest vooral voor de leuke school en de leuke mensen. Gevolgen van keuzes op lange termijn kan een puber ook nog niet overzien. Het is dan niet te voorkomen dat het wel eens misgaat bij een studiekeuze.

“Pas op stage realiseren ze zich hoe het écht werkt in een beroep. Dat ze in de horeca bijvoorbeeld ’s avonds moeten werken, en iedere avond bestek moeten poetsen. Dat een beveiliger nacht- en avonddiensten heeft, en dat dat best zwaar kan zijn.”

In de Defensieklassen van ROC A12 gaan leerlingen al na twee weken op bivak. Daardoor leren ze al snel hoe het is in het leger. Als dat tegenvalt, kan iemand nog tijdig van studie wisselen. Zonder al te grote gevolgen. Leerlingen willen zelf overigens ook zo snel mogelijk de praktijk in.

Niet in iedere branche is dit helaas even makkelijk te organiseren. Beveiliging, politie, Defensie; ieder heeft zo zijn eigen wensen. Bij beveiligingsopleidingen krijgen leerlingen bijvoorbeeld pas na een half of driekwart jaar iets mee van de praktijk. Daarom is het belangrijk dat ROC’s en branches samen zoeken naar mogelijkheden.

Daar zie ik ook een uitdaging in voor ROC’s. Vanuit onderwijskundig standpunt is het verstandig dat leerlingen zo vroeg mogelijk op stage gaan. Dus ga met branches en bedrijven in gesprek hoe dit te realiseren valt. De kloof tussen school en praktijk die er soms is, kan zo (deels) gedicht worden. Maar bedrijven moeten daar wel open voor staan.”

Susanne Winnubst

Mbo-leraar van het jaar en docent bij de afdeling Orde en Veiligheid van ROC A12 in Ede

Reacties

  1. Mark Franssen zegt:

    Helemaal met Susanne eens, maar er zit ook een andere kant aan deze (actuele) kwestie. Met de dreigende verzwaring van de urennorm, wordt de vroege stage opeens weer een hot issue.
    Ik verkeer in de ideale positie dat ik mijn werk als docent op een media-afdeling van het ROC kan combineren met het werk in de ontwerpstudio van mijn vrouw. Dat geeft een mooi duaal beeld op de werkelijkheid.
    Op school wordt nu ook gesproken over zo vroeg mogelijk op stage gaan, maar ik zie dat in de praktijk van een kleiner bedrijf zo’n stagiaire niet genoeg routineklussen heeft om een stage mee te vullen. De skills om interessante klussen op te pakken ontbreken nog; dus zo’n startende stagiaire zouden wij niets kunnen bieden. En er zijn in onze branche meer kleine spelers dan grote.
    De grote jongens zullen misschien wel de stamp-klusjes kunnen aanbieden, maar dan is de eerste kennismaking met het vak vergelijkbaar met het ‘archief-trauma’ van Susanne. Zonder dat trauma zou je misschien uiteindelijk wel een leuke kantoorbaan buiten het archief hebben gevonden, Susanne.

  2. Ik ben het helemaal met Mark Franssen eens daar waar hij zegt: “de skills om interessante klussen op te pakken ontbreken nog” bij een vroege MBO-er en dan draait het voor zo’n leerling in de stagebedrijven toch vaak uit op opruim- of archiveerklusjes en het aanbod daarin is ook niet oneindig en dus bestaat de kans dat het eindelijk duimen draaien wordt voor zo’n vroege stagiair(e). Nee, laat de leerlingen eerst maar een bepaald niveau halen en kennis op doen die ze dan in de praktijk kunnen gebruiken op hun stage en dan blijkt helaas keer op keer weer dat er nog héél veel te wensen over blijft.

Laat wat van je horen

*